ECLI:NL:CRVB:2019:1490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens termijnoverschrijding bij beëindiging persoonsgebonden budget
Appellant had een persoonsgebonden budget (pgb) ontvangen voor 2014, dat door het zorgkantoor met ingang van 16 juni 2014 werd beëindigd. Het zorgkantoor vorderde terugbetaling van € 13.731,11. Na bezwaar handhaafde het zorgkantoor dit besluit. Appellant stelde beroep in, maar te laat, waardoor de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaarde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat bewijsstukken waren meegenomen bij een huisbezoek, waardoor hij niet tijdig beroep kon instellen. De Raad toetste of de termijnoverschrijding verschoonbaar was volgens artikel 6:11 Awb Pro. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat tijdige indiening onmogelijk was. Zelfs zonder stukken had appellant alvast beroep kunnen instellen en later gronden indienen.
Daarom bevestigde de Raad de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door A.J. Schaap op 1 mei 2019.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen en de termijnoverschrijding is niet verschoonbaar.