ECLI:NL:CRVB:2019:1514
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld na eerstejaars Ziektewetbeoordeling ondanks psychische klachten
Appellant, laatstelijk werkzaam als medewerker operations ondersteuning, meldde zich ziek vanwege een neusschotcorrectie en psychische klachten. Het UWV stelde na een eerstejaars Ziektewetbeoordeling vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het ziekengeld per 18 maart 2016.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, maar de verzekeringsarts bezwaar en beroep en arbeidsdeskundige bevestigden de beperkingen en de verdiencapaciteit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant in hoger beroep stelde op de datum in geding niet arbeidsongeschikt te zijn, onderbouwd met verklaringen van zijn psycholoog en psychiater.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beroepsgronden van appellant een herhaling waren en dat de rechtbank het medisch onderzoek juist en zorgvuldig had beoordeeld. De beperkingen waren adequaat gemotiveerd, mede gezien de Autisme Spectrum Stoornis en alcoholproblematiek. De latere arbeidsongeschiktheid vanaf maart 2017 was niet relevant voor de beoordeling per 18 maart 2016.
De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies medisch passend waren en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt niet in staat te zijn deze uit te oefenen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld bevestigd.