ECLI:NL:CRVB:2019:1528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid bevestigd door Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het bezwaar van werkgeefster ten onrechte niet-ontvankelijk verklaarde en het beroep van werkneemster gegrond achtte tegen de beëindiging van haar WGA-uitkering.
Het UWV had de WGA-uitkering van werkneemster met ingang van 15 september 2009 omgezet in een loonaanvullingsuitkering en later vastgesteld dat de betaling voor risico van de werkgever kwam. Werkgeefster maakte bezwaar tegen de toekenning en betaling, omdat zij niet tijdig op de hoogte was gesteld van de besluiten. Na medisch en arbeidskundig onderzoek concludeerde het UWV dat werkneemster minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van werkgeefster ten onrechte niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit tot beëindiging van de WGA-uitkering. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank zich onjuist heeft gebogen over de ontvankelijkheid van het bezwaar van werkgeefster en bevestigt dat werkgeefster tijdig bezwaar heeft gemaakt na ontvangst van de besluiten.
De Raad stelt vast dat de medische beoordeling zorgvuldig en gemotiveerd is uitgevoerd en dat er geen medische reden is om af te zien van re-integratieactiviteiten. De arbeidsdeskundige heeft passende functies geselecteerd. De Raad verklaart het beroep van werkneemster ongegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank, waarmee de beëindiging van de WGA-uitkering wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van werkneemster ongegrond, waarmee de beëindiging van de WGA-uitkering wordt bevestigd.