ECLI:NL:CRVB:2019:1530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld op grond van juiste medische beoordeling bevestigd
Appellant was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek met elleboogklachten. Het Uwv stelde op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen zwaarder waren dan aangenomen en dat de geselecteerde functies zijn belastbaarheid overschreden.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het Uwv, oordeelde dat er geen reden was om te twijfelen aan de medische beoordeling en dat het Uwv voldoende had gemotiveerd waarom de functies geschikt zijn. Het verzoek tot benoeming van een deskundige werd afgewezen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van het ziekengeld bevestigd.