ECLI:NL:CRVB:2019:1537
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als schoonmaakster en sinds 2013 ziek gemeld, vroeg een WIA-uitkering aan die door het UWV werd geweigerd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid per 15 januari 2016. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij rekening was gehouden met alle beschikbare medische informatie.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten over onzorgvuldig medisch onderzoek en betwistte de geschiktheid van de geselecteerde functies vanwege haar klachten. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, inclusief dossierstudie, lichamelijk onderzoek en betrokkenheid van behandelaars.
De verzekeringsarts had aanvullende beperkingen vastgesteld voor knieklachten en trillingsbeperkingen, wat leidde tot een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst. De Raad vond geen medische gegevens die een onderschatting van beperkingen op de datum in geding rechtvaardigden. Ook de arbeidsdeskundige had gemotiveerd dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellante vielen.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde het bestreden besluit, zonder aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.