ECLI:NL:CRVB:2019:1546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor bank, kast en salontafel wegens ontbreken medische noodzaak
Appellanten vroegen bijzondere bijstand aan voor de kosten van een bank, kast en salontafel, met als motivatie dat een recente TIA bij appellant een veranderde medische situatie vormde. Het college wees de aanvraag af op basis van een advies van de GGD, waarin werd gesteld dat er geen sprake was van een schrijnende situatie of medische indicatie voor bijzondere bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden. Zij betoogden dat de kosten medisch noodzakelijk waren en dat het GGD-rapport niet zorgvuldig tot stand was gekomen.
De Raad oordeelde dat het college terecht het GGD-rapport als basis gebruikte, omdat dit rapport was opgesteld na een onderzoek waarbij ook medische gegevens waren betrokken. Er was geen bewijs dat het advies onjuist of onzorgvuldig was. Bovendien toonde het rapport aan dat de stress die mogelijk tot de TIA leidde verband hield met eerdere woonproblemen en niet met het ontbreken van de meubels.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand voor meubels wordt bevestigd wegens ontbreken van medische noodzaak.