ECLI:NL:CRVB:2019:1559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende functies voor arbeidsongeschiktheidsberekening
Appellante, voormalig top hairstylist, vroeg een WIA-uitkering aan wegens nek-, schouder- en armklachten. Het UWV weigerde deze uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn, gebaseerd op medische rapporten en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en vond het medisch onderzoek zorgvuldig en de beperkingen juist vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellante dat zij onjuist was beoordeeld, met name vanwege beperkingen bij beroepsmatig autorijden en dynamisch handelen. De Raad volgde de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgelegd. Wel stelde de Raad vast dat de functie assistent consultatiebureau, waarvoor beroepsmatig autorijden vereist is, niet geschikt is voor appellante.
Omdat deze functie niet kan worden meegenomen in de berekening van de arbeidsongeschiktheid en er daardoor onvoldoende functies overblijven, bevat het bestreden besluit een gebrek. De Raad draagt het UWV op dit gebrek binnen zes weken te herstellen, omdat het geschil nog niet definitief kan worden beslist.
Uitkomst: Het UWV moet het gebrek in het bestreden besluit herstellen omdat onvoldoende functies overblijven om de arbeidsongeschiktheid van appellante te bepalen.