Uitspraak
17.6046 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding van betrokkene af;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een hoger beroep tegen de weigering van de staatssecretaris van Financiën om een ontslagverzoek met toekenning van een stimuleringspremie toe te kennen aan een ambtenaar van de Belastingdienst. De ambtenaar had gebruikgemaakt van levensloopverlof en vroeg ontslag aan met variant A van de stimuleringspremie, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de staatssecretaris meende dat betrokkene al het voornemen had de dienst te verlaten en daarom geen stimulans behoefde.
De rechtbank Gelderland vernietigde dit besluit en beval een nieuwe beslissing, waarbij de staatssecretaris ook het verzoek om schadevergoeding moest beoordelen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en overweegt dat de stimuleringspremie op grond van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) verplicht toegekend moet worden aan kandidaten die aan de voorwaarden voldoen, zonder beleidsvrijheid.
De Raad wijst het argument af dat het gebruik van levensloopverlof en het voornemen om met pensioen te gaan een uitsluiting van de stimuleringspremie rechtvaardigt, omdat de regeling een open einde kent en geen expliciete uitzondering bevat. Ook de verwijzingen naar overlegverslagen en FAQ's bieden volgens de Raad geen grondslag voor een dergelijke uitsluiting.
Het verzoek om schadevergoeding wegens vertraging in de beslissing wordt afgewezen omdat de staatssecretaris nog een nieuwe beslissing moet nemen, waarbij ook over de schadevergoeding wordt beslist. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep wordt afgewezen en het besluit tot weigering van de stimuleringspremie wordt bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.