ECLI:NL:CRVB:2019:1572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid CAK tot omleiding zorgtoeslag zonder beslagregels
Appellante werd door haar zorgverzekeraar aangemeld als wanbetaler in de zin van de Zorgverzekeringswet en was daardoor een bestuursrechtelijke premie verschuldigd. CAK besloot de zorgtoeslag van appellante om te leiden naar het Centraal Justitieel Incassobureau ter gedeeltelijke voldoening van deze premie. Appellante maakte bezwaar tegen deze omleiding, maar dit werd door CAK niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ontvankelijk en oordeelde dat CAK bevoegd was tot de omleiding van de zorgtoeslag. De rechtbank stelde dat deze omleiding geen beslaglegging is en dat de regels omtrent beslagvrije voet daarom niet van toepassing zijn. Appellante ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte geen rekening hield met de beslagvrije voet.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank dat CAK op grond van artikel 18f, zesde lid, Zvw bevoegd is de zorgtoeslag om te leiden en dat deze omleiding geen beslag is. Hierdoor zijn de beslagregels, waaronder de beslagvrije voet, niet van toepassing. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat CAK bevoegd is de zorgtoeslag om te leiden zonder toepassing van beslagregels en verklaart het hoger beroep ongegrond.