ECLI:NL:CRVB:2019:1596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en maatmaninkomen in WIA-uitkering met schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant, laatst werkzaam als schoonmaker, verzocht om een WIA-uitkering die door het UWV werd geweigerd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen, waaronder een matig ernstige depressie en chronische keelontsteking, onderschat waren en betwistte de vaststelling van het maatmaninkomen.
De Raad liet een onafhankelijke verzekeringsarts een aanvullend onderzoek doen. Deze concludeerde dat de beperkingen juist waren vastgesteld, met een kleine aanpassing, en dat de keelklachten geen structurele arbeidshinder veroorzaakten. De Raad volgde deze deskundige en vond geen reden om het oordeel over het maatmaninkomen en de belastbaarheid te herzien.
Appellant verzocht tevens om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase. De Raad oordeelde dat de termijn met bijna achttien maanden was overschreden zonder gegronde reden en kende een schadevergoeding van €1.500,- toe. Daarnaast werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep werd verder afgewezen en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen, het bestreden besluit bevestigd, en schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding.