Uitspraak
17.7587 PW
12 oktober 2017, 17/1373 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
artikel 4:5 van Pro de Awb buiten behandeling gesteld op de grond dat appellante niet alle opgevraagde stukken tijdig heeft ingeleverd.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, die tot november 2016 een bistro in Duitsland runde en daarna in Nederland woonde, diende op 6 december 2016 een aanvraag om bijstand in. Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle stelde vast dat niet alle benodigde gegevens waren verstrekt en gaf appellante meerdere hersteltermijnen om de ontbrekende stukken, waaronder bankafschriften en bewijs van opheffing van rekeningen, aan te leveren.
Ondanks deze termijnen leverde appellante de gevraagde gegevens niet tijdig aan. Het college stelde de aanvraag daarom op 19 januari 2017 buiten behandeling met toepassing van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de hersteltermijn onredelijk kort was vanwege feestdagen en het feit dat gegevens uit Duitsland moesten komen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de hersteltermijnen, mede gezien de eerdere termijn, niet onredelijk kort waren. Appellante had redelijkerwijs in staat moeten zijn de gegevens tijdig aan te leveren en verzuimde om tijdig om uitstel te verzoeken. Persoonlijke omstandigheden, zoals het overlijden van haar ouders, rechtvaardigen het niet anders. Het college was bevoegd de aanvraag buiten behandeling te stellen en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens, het hoger beroep wordt verworpen.