Uitspraak
28 november 2017, 16/2029 (aangevallen uitspraak)
wonende te [Y.]
Centrale Raad van Beroep
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg. Namens de betrokkene, het College van Bestuur van de Universiteit Maastricht, werd een verweerschrift ingediend. Op 4 februari 2019 trok appellant het hoger beroep in.
Op verzoek van de betrokkene werd appellant veroordeeld in de proceskosten voor het indienen van het verweerschrift en een schriftelijke zienswijze, begroot op €768,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten op grond van artikel 8:57 Awb Pro.
De Raad oordeelde dat artikel 8:118 Awb Pro in samenhang met artikel 8:75 Awb Pro de grondslag biedt om het bestuursorgaan te veroordelen in de kosten na intrekking van het hoger beroep. De uitspraak werd op 15 mei 2019 in het openbaar gedaan door rechter J.P.M. Zeijen, in aanwezigheid van griffier L.R. Carlier.
Uitkomst: Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is veroordeeld in de proceskosten van €768,- na intrekking van het hoger beroep.