ECLI:NL:CRVB:2019:1618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellante, geboren met een open rug en later geopereerd waardoor zij een dwarslaesie heeft opgelopen, vroeg een Wajong-uitkering aan die door het UWV werd afgewezen op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat zij weliswaar beperkingen heeft, maar arbeidsvermogen bezit en in staat is taken uit te voeren binnen een arbeidsorganisatie. De door de gemeente ingeschakelde deskundigen zagen beperkingen, maar ook participatiemogelijkheden.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat zij niet in staat is om aaneengesloten te werken en niet vier uur per dag belastbaar is. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische onderzoeken zorgvuldig zijn uitgevoerd en dat appellante wel degelijk arbeidsvermogen heeft.
De Raad wees erop dat de wettelijke criteria vereisen dat een jonggehandicapte duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, wat hier niet is aangetoond. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak van de rechtbank.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering omdat appellante arbeidsvermogen bezit.