ECLI:NL:CRVB:2019:1627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering per 3 mei 2008 wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid
Werkneemster was sinds 6 april 2006 arbeidsongeschikt en ontving vanaf 3 mei 2008 een WGA-loonaanvullingsuitkering op basis van 100% arbeidsongeschiktheid, maar niet duurzaam. Appellante verzocht om toekenning van een IVA-uitkering per die datum. Na medisch onderzoek in 2015 oordeelde het UWV dat de arbeidsongeschiktheid toen volledig en duurzaam was, maar dat dit in 2008 nog niet vaststond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat op 3 mei 2008 nog een operatieve behandeling mogelijk was die herstel kon brengen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de verzekeringsarts destijds een juiste inschatting maakte van de herstelkansen, zonder rekening te houden met de latere uitkomst van de operatie in 2013.
Verder oordeelt de Raad dat werkneemster als derde belanghebbende niet ontvankelijk is omdat zij geen bezwaar of beroep heeft ingesteld tegen eerdere besluiten. Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van een IVA-uitkering per 3 mei 2008 bevestigd.