ECLI:NL:CRVB:2019:1634
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding vergoeding huishoudelijke hulp Wubo wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer, had reeds een vergoeding voor één dagdeel huishoudelijke hulp per week toegekend gekregen. Hij verzocht om uitbreiding naar twee dagdelen per week, maar dit werd door de Sociale verzekeringsbank afgewezen wegens het ontbreken van medische noodzaak.
De Raad toetste het besluit en liet zich adviseren door twee geneeskundig adviseurs die beiden concludeerden dat appellant in staat is lichte huishoudelijke werkzaamheden te verrichten en dat er geen sprake is van (zelf)verwaarlozing of chaotisch gedrag. De medische gegevens ondersteunen geen uitbreiding van de hulp.
De Raad bevestigde het beleid dat uitbreiding alleen mogelijk is bij onvermogen tot lichte huishoudelijke werkzaamheden of bij combinatie van psychische aandoeningen met verwaarlozing of chaotisch gedrag. Omdat appellant hier niet aan voldoet, verklaarde de Raad het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de uitbreiding van huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt gehandhaafd.