ECLI:NL:CRVB:2019:165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende beperkingen bij eczeem en psychische problematiek
Appellant vroeg op grond van de Wajong 2010 een uitkering aan vanwege atopisch eczeem en psychische problematiek. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant naar oordeel van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige in staat werd geacht meer dan 75% van het minimumloon te verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) passend waren.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen onderschat waren, met name ten aanzien van fysieke activiteiten en concentratieproblemen, en dat een onafhankelijke verzekeringsarts benoemd moest worden. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het deskundigenrapport, dat zorgvuldig en consistent was opgesteld. De Raad vond geen aanleiding om het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te betwijfelen.
De Raad concludeerde dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant en dat de psychische beperkingen adequaat zijn meegenomen. Het motiveringsgebrek in het bestreden besluit werd onder toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd omdat appellant niet benadeeld is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.