Uitspraak
18.2850 AW
OVERWEGINGEN
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 2000 werkzaam bij de gemeente en werd in 2017 ontslagen wegens plichtsverzuim. Het college stelde dat appellant in 2016 onder meer 80,5 verlofuren te weinig afschreef, structureel te lange pauzes nam en zijn e-mailaccount gebruikte voor privédoeleinden, waaronder het verzenden van pornografisch materiaal naar zijn privéaccount.
De rechtbank oordeelde dat deze gedragingen plichtsverzuim opleverden en dat het ontslag niet onevenredig was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onjuist invullen van een formulier geen plichtsverzuim was en stelde dat de straf te zwaar was gezien de financiële gevolgen.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en bevestigde dat het plichtsverzuim toerekenbaar was en dat het ontslag proportioneel was, mede gelet op eerdere waarschuwingen en de langdurige aard van het gedrag. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het ontslagbesluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het disciplinair ontslag wordt bevestigd.