ECLI:NL:CRVB:2019:1679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig UWV-onderzoek en afwijzing beroep op hogere beperkingen bij WIA-uitkering
Appellant is sinds 22 april 2013 arbeidsongeschikt vanwege lichamelijke en psychische klachten, waaronder ernstige slaapapneu en PTSS. Het UWV stelde bij besluit van 23 maart 2015 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees zijn uitkeringsaanvraag af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en dat er geen nieuwe medische informatie was die een andere beoordeling rechtvaardigde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren, concentratie en geheugen, alsmede zijn slaapapneu en PTSS, onvoldoende waren meegewogen. Hij overhandigde aanvullende medische stukken, waaronder rapporten van een longarts en psychische hulpverleners.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was. De Raad concludeerde dat de slaapapneu op de datum in geding goed onder controle was en geen beperkingen veroorzaakte. Ook was onvoldoende aannemelijk dat de PTSS op die datum ernstiger beperkingen gaf dan reeds was aangenomen. Verder was er geen medische basis voor beperkingen bij autorijden. De geselecteerde functies waren medisch passend.
Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.