ECLI:NL:CRVB:2019:1688
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig productiemedewerker, meldde zich ziek met rugklachten en kreeg later ook psychische klachten. Het UWV weigerde een WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was volgens een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn psychische beperkingen waren onderschat, onderbouwd met een rapport van psychiater Busard die meerdere stoornissen constateerde. De Raad liet een onafhankelijke deskundige onderzoeken, die concludeerde dat de belastbaarheid correct was vastgesteld en dat appellant ten minste acht uur per dag en veertig uur per week kan werken.
De Raad volgde het oordeel van de deskundige en vond geen reden om af te wijken. Ook werd voldoende rekening gehouden met lichamelijke klachten en medische informatie van diverse specialisten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.