Uitspraak
18.318 PW-PV
(dagelijks bestuur)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak gaat het om de intrekking en terugvordering van bijstand door het dagelijks bestuur van de Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers. Appellante had niet gemeld dat zij na de ontruiming van haar woning op 29 september 2016 niet langer op het uitkeringsadres woonde, waardoor het dagelijks bestuur het recht op bijstand niet kon vaststellen.
Appellante stelde dat het dagelijks bestuur op de hoogte was van haar feitelijke situatie omdat zij hierover had gebeld, maar deze stelling werd niet ondersteund door de stukken. Het dagelijks bestuur werd pas op de hoogte gebracht van de ontruiming nadat post aan appellante retour kwam. Door het niet melden van de ontruiming heeft appellante haar inlichtingenverplichting geschonden.
Nader onderzoek door het dagelijks bestuur naar de verblijfplaats van appellante was niet mogelijk en het bestuur was niet verplicht om via social media contact te zoeken. Onder deze omstandigheden was het dagelijks bestuur gehouden de bijstand in te trekken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gronden van appellante niet slaagden en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting door appellante.