ECLI:NL:CRVB:2019:1715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet overleggen gevraagde bankafschriften
Appellanten zijn het niet eens met de intrekking van hun bijstandsuitkering per 14 oktober 2015 door het college van burgemeester en wethouders van Roermond, omdat zij niet tijdig de gevraagde creditcardoverzichten over de periode 1 juli 2015 tot en met 6 oktober 2015 hebben ingediend.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij de brief van 6 oktober 2015 niet hadden ontvangen en dat het college de verzending niet aannemelijk had gemaakt. Tevens stelden zij dat zij niet verwijtbaar hadden gehandeld en dat de overzichten alsnog waren verstrekt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat de brief is verzonden, mede omdat appellanten handelingen hebben verricht die duiden op ontvangst. Het niet overleggen van de creditcardoverzichten binnen de hersteltermijn is appellanten te verwijten, temeer daar zij geen uitstel hebben gevraagd. Persoonlijke omstandigheden zijn onvoldoende onderbouwd om verwijtbaarheid te ontkennen.
De Raad bevestigt de intrekking van de bijstand en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 14 oktober 2015 wordt bevestigd wegens het niet tijdig overleggen van gevraagde stukken.