ECLI:NL:CRVB:2015:2777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV terugvordering voorschotten wegens termijnoverschrijding bezwaar
Het UWV had aan appellant voorschotten verstrekt die later werden teruggevorderd bij besluit van 27 maart 2012, omdat het recht op uitkering niet kon worden vastgesteld. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaarperiode. De rechtbank oordeelde dat het besluit op 6 september 2013 bekend was gemaakt, waardoor het bezwaar te laat was ingediend.
In hoger beroep stelde appellant dat hij de brief van 6 september 2013 nooit had ontvangen en dat het besluit pas op 15 november 2013 bij hem bekend werd. De Raad oordeelde dat het UWV niet aannemelijk had gemaakt dat de brief van 6 september 2013 was verzonden met een deugdelijke verzendadministratie, waardoor het vermoeden van ontvangst ontbrak. Ook was er geen bewijs dat appellant het besluit eerder had ontvangen.
Daarom werd geoordeeld dat de bekendmaking pas plaatsvond op 15 november 2013 en dat het bezwaar binnen de termijn was ingediend. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd. Het UWV werd opgedragen opnieuw te beslissen op het bezwaar, waarbij inhoudelijke gronden nog niet aan de orde waren geweest. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is tijdig ingediend en het besluit van het UWV wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde beslissing.