ECLI:NL:CRVB:2019:1726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig verkoopmedewerkster, vroeg een WIA-uitkering aan na langdurige ziekte. Het UWV weigerde deze uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen correct waren vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
In hoger beroep voerde appellante aan dat onvoldoende rekening was gehouden met een depressief beeld met PTSS, twijfelde zij aan de objectiviteit van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en stelde zij dat de equality of arms was geschonden. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, de verzekeringsarts objectief had gehandeld en dat de aanvullende medische informatie geen aanleiding gaf tot twijfel over de vastgestelde belastbaarheid.
De Raad wees het verzoek tot benoeming van een medisch deskundige af en bevestigde dat de geselecteerde functies geschikt zijn voor appellante. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.