ECLI:NL:CRVB:2019:1741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen duurzaam gescheiden leven voor AOW-pensioenherziening
Appellante, sinds 2015 gehuwd, ontving een AOW-pensioen voor ongehuwden. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag dit pensioen omdat zij oordeelde dat appellante niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat er voldoende contact en gezamenlijke activiteiten waren, waaronder ziekenhuisbezoeken en het delen van huissleutels.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel duurzaam gescheiden leeft, maar dit werd door de Centrale Raad van Beroep verworpen. De Raad nam de overwegingen van de rechtbank over en vond geen nieuwe aanknopingspunten voor een ander oordeel. Ook latere wijzigingen in de situatie veranderden hier niets aan.
De uitspraak bevestigt dat het huwelijk niet louter om zakelijke redenen is gesloten en dat er sprake is van emotionele verbondenheid en wederzijdse zorg. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.