ECLI:NL:CRVB:2019:1766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van UWV-besluit dat appellante medisch geschikt is voor haar arbeid
Appellante was werkzaam als officemanager en meldde zich op 23 november 2015 ziek met diverse lichamelijke klachten. Het UWV stelde op 31 oktober 2016 vast dat zij per 6 november 2016 geen recht meer had op ziekengeld, omdat zij medisch geschikt werd geacht haar arbeid te hervatten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten wel medisch objectiveerbaar waren, onder meer door een ziekenhuisopname in juli 2017 vanwege maagontstekingen. Het UWV verwees naar een rapport van een verzekeringsarts waarin milde afwijkingen werden vastgesteld die geen medische beperkingen rechtvaardigen.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en voldoende informatie beschikbaar was om te concluderen dat appellante medisch geschikt was om haar arbeid te verrichten. De in hoger beroep aangevoerde nieuwe medische informatie leidde niet tot een ander oordeel, mede omdat de klachten pas na de datum in geding waren vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellante medisch geschikt is om haar arbeid te verrichten.