ECLI:NL:CRVB:2019:1774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens ontbreken machtiging namens appellante
Appellante, bekend met de ziekte van Batten en volledig rolstoelafhankelijk, diende een aanvraag in bij het college van burgemeester en wethouders van Utrecht voor een vergoeding van een aanpassing aan een nog aan te schaffen bus op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Het college wees deze aanvraag op 22 april 2016 af. Tegen dit besluit maakte J.L. Rijsenbilt bezwaar namens appellante.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en stelde het bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit alsnog niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een geldige machtiging. De rechtbank gaf appellante de gelegenheid om dit gebrek te herstellen, maar er werd geen machtiging ontvangen.
In hoger beroep voerde appellante geen nieuwe gronden aan die het oordeel van de rechtbank konden weerleggen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en wees het verzoek om vergoeding van schade af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging.