ECLI:NL:CRVB:2019:1800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding
Appellante ontving op 16 november 2017 een brief van het UWV waarin werd meegedeeld dat zij vanaf 15 november 2017 niet meer direct arbeidsongeschikt werd geacht wegens zwangerschap en bevalling. Het UWV verklaarde het bezwaar tegen deze brief op 10 januari 2018 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit in haar uitspraak van 8 juni 2018.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. Het UWV stelde in een brief van 20 februari 2019 dat de brief van 16 november 2017 geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro was, omdat deze geen rechtsgevolg bevatte. Het bezwaar moest daarom worden beschouwd als een prematuur bezwaar tegen een besluit van 19 februari 2019, waarin werd meegedeeld dat appellante geen Ziektewetuitkering kreeg.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht had vastgesteld dat de brief van 16 november 2017 geen besluit was. Hierdoor was het bezwaar tegen die brief ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en droeg het UWV op een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en werd appellante het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de brief van 16 november 2017 is ontvankelijk verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.