Uitspraak
18 79 PW
7 december 2017, 17/177 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende op 15 juli 2016 een aanvraag om bijstand in bij het dagelijks bestuur van Werkplein Drentsche Aa. Het bestuur vroeg nadere financiële gegevens op, waaronder bankafschriften en bewijsstukken over de periode voorafgaand aan de aanvraag. Appellant leverde niet alle gevraagde documenten aan, ondanks meerdere termijnen en hersteltermijnen.
Het dagelijks bestuur wees de aanvraag op 27 oktober 2016 af wegens het verstrekken van onvolledige inlichtingen, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Tevens werd een terugvordering van voorschotten opgelegd. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het bestuur onterecht nadere informatie had gevraagd en dat hij door het bezwaar slechter af was dan zonder bezwaar. Deze gronden werden verworpen. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde en dat het bestuur terecht de aanvraag had afgewezen wegens schending van de inlichtingenplicht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand werd afgewezen wegens onvoldoende financiële gegevens en het niet kunnen vaststellen van het recht op bijstand.