ECLI:NL:CRVB:2019:1826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-vervolguitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies
Appellant, werkzaam als senior technisch assistent, ontving een WGA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Het UWV beëindigde de WGA-vervolguitkering na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek dat aangaf dat appellant belastbaar is voor geselecteerde functies. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn psychische en lichamelijke klachten onvoldoende in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waren meegenomen en betwistte de geschiktheid van de functies, met name de functie van samensteller metaalwaren.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en vond de medische beoordeling en arbeidsdeskundige motivering voldoende. In hoger beroep bracht appellant geen nieuwe medische gegevens in die tot een ander oordeel konden leiden. De Raad onderschreef de rechtbank en oordeelde dat de arbeidsdeskundige voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellant vallen.
Ook het bezwaar tegen de geschiktheid van de functie samensteller metaalwaren werd verworpen, omdat solderen slechts een klein, niet gevaarlijk onderdeel van deze functie vormt. De Raad verwierp tevens het standpunt van willekeur bij de functiekeuze door het UWV. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WGA-vervolguitkering terecht is beëindigd omdat appellant passend werk kan verrichten binnen zijn belastbaarheid.