Uitspraak
17.2693 WIA
24 februari 2017, 16/3048 (aangevallen uitspraak)
mr. M.J.H.H. Fuchs.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig orderpicker, meldde zich in januari 2013 ziek met psychische klachten en vroeg in oktober 2014 een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde de uitkering per februari 2015 omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht, gebaseerd op een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundige beoordeling.
Na bezwaar werd een psychiatrische expertise uitgevoerd, waarna de FML werd aangepast en opnieuw functies werden geselecteerd. Het bezwaar werd alsnog ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep betoogde appellant dat het onderzoek onzorgvuldig was en hij ernstiger beperkt is dan aangenomen, onder meer door ernstige depressie en middelengebruik. De Raad volgde dit niet en onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek, inclusief de psychiatrische expertise, zorgvuldig en goed gemotiveerd was.
De Raad stelde vast dat de beperkingen en belastbaarheid van appellant juist waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Er was geen aanleiding een aanvullende deskundige in te schakelen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.