ECLI:NL:CRVB:2019:1852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als ijzerwerker, meldde zich ziek met rug- en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde na medisch onderzoek vast dat appellant per 16 maart 2016 en later per 7 april 2016 geschikt was voor zijn laatst verrichte arbeid en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar tegen beide besluiten, die door de rechtbank Rotterdam ongegrond werden verklaard.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de maatgevende arbeid onjuist was vastgesteld, aangezien hij feitelijk als meewerkend voorman werkte. De Raad overwoog dat geen officiële functiewijziging had plaatsgevonden en dat het UWV terecht was uitgegaan van de functie ijzerwerker. Tevens oordeelde de Raad dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was verricht en dat appellant onvoldoende objectieve medische gegevens had overgelegd om het oordeel te weerleggen.
De Raad concludeerde dat de Ziektewetuitkering terecht was beëindigd en bevestigde de aangevallen uitspraken van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht beëindigd en de aangevallen uitspraken worden bevestigd.