ECLI:NL:CRVB:2019:1864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar dwangsom afgewezen
De zaak betreft een hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een verzoek om een dwangsom wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank had het bezwaar van betrokkene ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de zaak inhoudelijk ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelt of het bezwaarschrift van betrokkene gronden bevatte zoals vereist volgens artikel 6:5 Awb Pro. Hoewel de motivering van een bezwaarschrift niet zwaar hoeft te zijn, moet het wel een concrete bezwaargrond bevatten. Betrokkene had alleen gesteld dat het besluit zijn gemachtigde niet had bereikt, maar geen concrete gronden aangevoerd waarom hij het niet eens was met de afwijzing van de dwangsom.
De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het bezwaar ontvankelijk heeft verklaard en het beroep gegrond heeft verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaarde bezwaar wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.