Uitspraak
17.2694 WIA
mr. I. Smit.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als buschauffeur en meldde zich ziek wegens psychische klachten. Zij ontving een WIA-uitkering die later werd omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering. Na een herbeoordeling in 2015, waarbij handklachten als gevolg van artrose werden meegenomen, besloot het UWV de uitkering te beëindigen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beëindiging ongegrond, omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met aanvullende medische informatie en haar duurzaamheidsclaim, maar kon dit niet onderbouwen met nieuwe gegevens.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV de klachten en medische informatie op een deugdelijke wijze had betrokken bij de beoordeling. De FML van mei 2015 was een juiste weergave van de beperkingen en de geselecteerde functies waren medisch geschikt. De Raad zag geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 30 mei 2016 na een zorgvuldig onderzoek.