Appellant heeft meerdere aanvragen om bijstand ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Raalte. Het college stelde een aanvraag van 27 augustus 2015 buiten behandeling wegens het niet aanleveren van gevraagde bankgegevens. Dit besluit werd later ingetrokken, waardoor de beslistermijn juridisch gezien doorliep. Het college stelde vervolgens opnieuw buiten behandeling, maar de Raad oordeelde dat dit niet meer bevoegd was omdat de beslistermijn was verstreken.
De Raad vernietigde het besluit tot buiten behandelingstelling en bepaalde dat het college de aanvraag inhoudelijk had moeten behandelen. Het college kon appellant niet langer tegenwerpen dat hij onvoldoende inzicht had gegeven in zijn financiële situatie, aangezien de ontbrekende gegevens later alsnog waren verstrekt en bijstand was verleend vanaf 12 maart 2016.
De Raad bepaalde dat appellant met ingang van 26 augustus 2015 bijstand moet worden verleend, conform de norm voor een alleenstaande. Het beroep tegen het besluit dat de aanvraag met terugwerkende kracht afwees voor de periode 15 augustus 2015 tot 26 augustus 2015 werd afgewezen. Tevens werd het college veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de na te betalen bijstand en de proceskosten van appellant.