ECLI:NL:CRVB:2019:1895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, werkzaam als apothekersassistente, vroeg een WIA-uitkering aan wegens psychische klachten. Het UWV weigerde deze omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht, gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen medisch substraat was voor het aannemen van meer beperkingen dan in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) was opgenomen. De geselecteerde functies werden als passend beoordeeld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar bracht geen nieuwe medische onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere overwegingen en bevestigde de uitspraak, waarbij geen aanleiding werd gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.