Uitspraak
17.3535 WIA
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig internationaal vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek met neurologische klachten en diverse lichamelijke beperkingen. Het UWV stelde aanvankelijk een volledige arbeidsongeschiktheid vast, die later werd herzien tot een lagere mate. Na bezwaar en beroep volgde een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, waarbij de beperkingen en belastbaarheid van appellant werden vastgesteld en functies werden geselecteerd die hij medisch geschikt zou kunnen uitvoeren.
Appellant betwistte deze bevindingen en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat en dat hij volledig arbeidsongeschikt was. Hij verwees onder meer naar een neurologisch rapport dat blijvende klachten bevestigde. Het UWV handhaafde echter de eerdere beoordelingen en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar de Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen niet waren onderschat. De geselecteerde functies werden als passend beoordeeld, mede omdat er geen nieuwe medische gegevens waren ingebracht die tot een ander oordeel leidden.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant. Het hoger beroep werd afgewezen, waarmee de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid en de rechtmatigheid van de WGA-vervolguitkering werden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid en WGA-vervolguitkering wordt bevestigd.