ECLI:NL:CRVB:2019:1962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende beperkingen
Appellante, die sinds november 2012 wegens klachten na een aanrijding uitviel, verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV stelde op 19 februari 2015 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en door de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar medische dossier onomstotelijk bewijs bevat van ernstige beperkingen, en dat zij geen sollicitatieplicht had vanwege haar beperkingen. De Raad liet zich adviseren door een onafhankelijke psychiater, die concludeerde dat er geen aanwijzingen waren voor een psychiatrische stoornis rond maart 2015 en dat de beperkingen niet zwaarder waren dan vastgesteld.
De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst een juist beeld gaf van haar belastbaarheid. De rechtbank had terecht geoordeeld dat appellante geschikt was voor de geselecteerde functies. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens onvoldoende beperkingen.