Uitspraak
17.1945 WIA
OVERWEGINGEN
€ 2.560,- voor vergoeding in aanmerking. Tevens zal het Uwv het door appellante betaalde griffierecht dienen te vergoeden.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, die wegens klachten aan haar linkerschouder en pols een WIA-uitkering had aangevraagd, kreeg deze geweigerd door het UWV omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de functionele beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren over onvoldoende rekening houden met haar beperkingen, waaronder handelingstempo en concentratie, en verzocht zij om een deskundige. Het UWV overhandigde aanvullend medisch en arbeidskundig rapport met een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) die de beperkingen adequaat weerspiegelde.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen in de FML toereikend waren onderbouwd. De arbeidsdeskundige stelde dat de geselecteerde functies passend waren en de arbeidsongeschiktheid onder de 35% bleef. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante wegens het aanvankelijk ontbreken van een toereikende onderbouwing. Het griffierecht werd eveneens aan appellante vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.