Uitspraak
17.8204 AW, 18/1114 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 9 januari 2018 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, sinds 1978 werkzaam bij de politie, werd ontslagen wegens onherstelbare vertrouwensbreuk na een reeks van grensoverschrijdend gedrag, waaronder seksuele intimidatie van ondergeschikten en misbruik van bevoegdheden. Na een uitgebreid disciplinair onderzoek en meerdere besluiten door de korpschef, werd het ontslag op 2 juni 2016 vastgesteld.
De rechtbank Overijssel oordeelde dat het gedrag van appellant, ondanks eerdere positieve beoordelingen, een patroon van onprofessioneel en seksueel intimiderend gedrag vormde dat het vertrouwen tussen appellant en de korpschef onherstelbaar had beschadigd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het gedrag incidenteel was en zijn carrière verder onberispelijk, maar dit werd door de Raad verworpen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank en stelde dat het ontslag terecht was gegeven. Tevens werd geoordeeld dat de toegekende bovenwettelijke uitkering passend was en dat appellant geen aanspraak kon maken op een hogere aanvulling. Het beroep tegen het besluit tot ontslag en de uitkeringsregeling werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het ontslag wegens onherstelbare vertrouwensbreuk wordt bevestigd en het beroep tegen de uitkeringsregeling wordt ongegrond verklaard.