ECLI:NL:CRVB:2019:2008
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering en bestuurlijke boete na controle woonsituatie
Appellant ontving vanaf 1 oktober 2015 studiefinanciering als uitwonende student. Op 14 september 2016 voerden twee controleurs namens de minister een onderzoek uit naar zijn woonsituatie, waarna de minister op 30 september 2016 besloot de studiefinanciering te herzien en appellant als thuiswonend aan te merken. Dit leidde tot een terugvordering van € 2.475,36.
Daarnaast legde de minister op 3 november 2016 een bestuurlijke boete van € 1.237,68 op wegens onjuiste gegevensverstrekking. Appellant maakte bezwaar tegen beide besluiten, maar deze werden bij besluit van 10 februari 2017 respectievelijk niet-ontvankelijk verklaard en ongegrond verklaard. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep bracht appellant geen nieuwe gronden naar voren en herhaalde hij grotendeels eerdere argumenten. De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en voegde toe dat eerdere uitspraken de bevoegdheid van de controleurs bevestigen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.