ECLI:NL:CRVB:2019:2011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen bijzondere omstandigheden voor bijstand met terugwerkende kracht toegekend
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet met ingang van 28 januari 2016, maar wenste deze met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2015 toegekend te krijgen. Het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw kende bijstand toe vanaf de datum van aanvraag en wees het bezwaar tegen de ingangsdatum af.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, omdat appellante onvoldoende bijzondere omstandigheden had aangetoond die een terugwerkende kracht rechtvaardigen. De door appellante aangevoerde medische en mentale problemen, waaronder psychische problemen door zwangerschap en een artrose-aandoening, werden onvoldoende geacht om haar onvermogen tot tijdige aanvraag te onderbouwen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen, maar kon geen nieuwe feiten of bewijsstukken overleggen die het oordeel van de rechtbank zouden ondermijnen. De Raad sloot zich aan bij de gemotiveerde overwegingen van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.