ECLI:NL:CRVB:2019:2082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende financiële duidelijkheid
Appellante had bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een aanvraag om bijstand ingediend op 9 december 2016. Het college wees deze aanvraag af en vorderde terugbetaling van eerder verleende voorschotten ter hoogte van €1.675,74. Appellante ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante onvoldoende duidelijkheid heeft verschaft over haar financiële situatie. Hoewel zij verklaarde dat regelmatige stortingen op haar bankafschriften geleend geld betroffen, heeft zij dit niet met concrete en verifieerbare gegevens onderbouwd. Ook gaf zij geen heldere informatie over de auto die op haar naam staat, terwijl zij wel de kosten daarvan betaalde, en over de herkomst van bijschrijvingen van bepaalde bedrijven.
Omdat appellante niet voldeed aan haar wettelijke inlichtingen- en medewerkingsverplichtingen, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het besluit van de rechtbank Rotterdam van 1 maart 2018 en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende financiële duidelijkheid.