ECLI:NL:CRVB:2019:2112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet tijdige betaling griffierecht ondanks bewindvoering
Appellante was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellante, die onder bewind staat, stelde dat haar bewindvoerder de betaling had verzaakt. De Raad oordeelde echter dat het handelen van de bewindvoerder voor rekening en risico van appellante komt.
De nota en betalingsherinnering waren aan de gemachtigde van appellante gezonden, die verantwoordelijk was voor controle van betaling binnen de termijn. In het verzet werden geen feiten of omstandigheden aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de eerdere beslissing. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier M.A.A. Traousis.
Uitkomst: Het verzet van appellante wordt ongegrond verklaard vanwege niet tijdige betaling van het griffierecht.