ECLI:NL:RBAMS:2019:9746

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 december 2019
Publicatiedatum
20 december 2019
Zaaknummer
AMS 18/6427
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht ondanks bewindvoering

Opposant heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV, maar dit beroep werd op 2 april 2019 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht. Tegen deze uitspraak stelde opposant verzet in, dat op 20 december 2019 werd behandeld. Tijdens de zitting gaf de gemachtigde aan dat opposant onder bewind staat en zelf niet over zijn financiën kan beschikken. De bewindvoerder had echter nagelaten het griffierecht tijdig te betalen, ondanks dat de nota en betalingsherinnering aan de gemachtigde waren gezonden.

De rechtbank oordeelde dat het handelen van de bewindvoerder voor rekening en risico van opposant komt. Er waren geen feiten of omstandigheden aangevoerd die het niet tijdig betalen konden rechtvaardigen. De gemachtigde had vóór het verstrijken van de betalingstermijn moeten controleren of betaling had plaatsgevonden. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in stand.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. De uitspraak bevestigt dat ook bij bewindvoering het tijdig voldoen van griffierechten strikt wordt gehandhaafd.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht, ondanks bewindvoering.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 18/6427 V
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2019 op het verzet van

[opposant] , te Amsterdam, opposant

(gemachtigde: mr. Y. Mateo Diaz).

Procesverloop

[opposant] heeft op 23 oktober 2018 beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) van 11 september 2018.
Met de uitspraak van 2 april 2019 heeft de rechtbank dat beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
[opposant] heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
Het verzet is behandeld op een zitting van 20 december 2019. [opposant] heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Het Uwv is niet verschenen.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

Het verzet is ongegrond.

Overwegingen

1. De uitspraak van 2 april 2019 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat [opposant] niet in verzuim is geweest.
2. In verzet heeft de gemachtigde van [opposant] te kennen gegeven dat [opposant] onder bewind staat en derhalve niet over zijn eigen financiën kan beschikken. De gemachtigde van [opposant] heeft de nota voor voldoening van het griffierecht en de betalingsherinnering doorgeleid aan de bewindvoerder. De bewindvoerder heeft echter verzaakt de nota tijdig te voldoen. Na het verstrijken van de betaaltermijn heeft de gemachtigde van [opposant] contact opgenomen met de bewindvoerder om te vernemen of de betaling heeft plaatsgevonden. Het griffierecht is vervolgens na afloop van de termijn terstond betaald door de gemachtigde van [opposant] . De gemachtigde van [opposant] vindt dat de bewindvoerder niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan en [opposant] daar de dupe van is geworden.
3. De rechtbank is van oordeel dat in verzet geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat [opposant] niet in verzuim is geweest. Het handelen van de bewindvoerder komt voor rekening en risico van [opposant] . [1] De rechtbank merkt daarbij op dat de nota voor voldoening van het griffierecht en de betalingsherinnering zijn gezonden aan de gemachtigde van [opposant] . Het had op de weg van de gemachtigde gelegen om vóór het verstrijken van de gestelde betalingstermijn na te gaan of betaling heeft plaatsgevonden.
4. [opposant] krijgt dus geen gelijk. Het verzet is ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.F. de Lemos Benvindo, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Gayir, griffier.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 juni 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2112.