ECLI:NL:CRVB:2019:212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na beoordeling medische belastbaarheid en persoonlijkheidsproblematiek
Appellant, laatst werkzaam als machinebediener/inpakker, ontving een WIA-uitkering die door het UWV werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Appellant stelde dat zijn gezondheidstoestand was verslechterd door knie- en psychische klachten en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn persoonlijkheidsproblematiek en medicijnbijwerkingen.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant adequaat waren meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De geselecteerde functies overschreden de vastgestelde medische belastbaarheid niet en de beperkte beheersing van de Nederlandse taal was geen belemmering.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder zijn agressiviteit en energietekort, maar leverde geen nieuwe medische stukken aan. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de rechtbank en concludeerde dat de FML en de geselecteerde functies passend zijn. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.