ECLI:NL:CRVB:2019:2158
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht. Appellant stelde in verzet dat hij mogelijk recht heeft op vergoeding van het griffierecht via de Participatiewet en dat de betalingstermijnen niet parallel lopen, waardoor hij niet in verzuim zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat bij onvoldoende financiële draagkracht de heffing van griffierecht de toegang tot de rechter kan belemmeren, en dat in dergelijke gevallen vrijstelling kan worden verleend. De criteria voor vrijstelling zijn dat het netto-inkomen minder dan 90% van de maximale bijstandsnorm bedraagt en dat er geen vermogen is om het griffierecht te betalen.
Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij aan deze criteria voldeed in de relevante periode, aangezien de overgelegde uitkeringsspecificatie niet op die periode zag. Daarom werd het verzoek om vrijstelling afgewezen en het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.