Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
het Drechtstedenbestuur,
stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond(JRR),
het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht(het college),
de Staatssecretaris van Defensie(de staatsecretaris).
Rechtbank Rotterdam
Opposant heeft verzet ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam waarin zijn 16 beroepen niet-ontvankelijk zijn verklaard. Deze beroepen betroffen onder meer afwijzingen van aanvragen om bijzondere bijstand voor proceskosten en niet tijdig beslissen door bestuursorganen. De rechtbank heeft de beroepen niet-ontvankelijk verklaard omdat opposant het griffierecht niet betaalde en omdat sprake was van misbruik van recht.
De verzetsrechter heeft het verzet zonder nadere zitting afgewezen vanwege de coronamaatregelen die fysieke zittingen beperken, het eerdere wrakingsverzoek van opposant dat misbruik van wraking opleverde, en het risico dat opposant geluidsopnamen zou maken bij video- of telehoren. De verzetsrechter oordeelde dat het recht om gehoord te worden niet absoluut is en dat opposant niet werd benadeeld omdat de rechtsvragen en feiten helder waren uit de stukken.
De rechtbank overwoog dat opposant een inkomen heeft boven de beslagvrije voet en daarom geen recht heeft op ontheffing van griffierecht. Het vele procederen van opposant wordt gezien als misbruik van recht, bevestigd door eerdere uitspraken van de rechtbank en de Centrale Raad van Beroep. Het recht op toegang tot de rechter betekent geen garantie op inhoudelijke beoordeling, maar dat een rechterlijke toetsing heeft plaatsgevonden.
De verzetsrechter vond geen aanwijzingen om van misbruik van recht af te wijken en concludeerde dat opposant vooral procedeert om te procederen, zonder materieel belang. Daarom zijn alle verzetten ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet van opposant wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van zijn beroepen wordt bevestigd.