ECLI:NL:CRVB:2019:2164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, voormalig schoonmaker, vroeg om een WIA-uitkering wegens psychische en lichamelijke klachten. Het UWV weigerde deze uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was en de beperkingen niet waren toegenomen sinds de eerdere beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit van het UWV, omdat de psychische klachten waren toegenomen. Het UWV nam daarop een nieuw besluit, waarin het bezwaar opnieuw werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit nieuwe besluit ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de toegenomen psychische klachten uit dezelfde ziekteoorzaak voortkwamen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij verdergaand beperkt was, maar de Raad volgde dit niet.
De Raad concludeerde dat het medische en arbeidskundige onderzoek zorgvuldig was en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst van 12 oktober 2016 een juist beeld gaf van de belastbaarheid. Ook het expertiserapport van appellant bood onvoldoende aanknopingspunten om het oordeel te wijzigen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering vanwege onvoldoende arbeidsongeschiktheid en een zorgvuldig medisch onderzoek.