ECLI:NL:CRVB:2019:2165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- J.L. Boxum
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Verrekening bijstand en beslagvrije voet: zorgvuldigheid en onderzoeksplicht college
Appellant ontvangt bijstand sinds februari 2015. Het college van burgemeester en wethouders van Helmond herzag de bijstand over enkele maanden en vorderde ten onrechte verstrekte bedragen terug, waarbij het college de beslagvrije voet standaard op 90% van de netto bijstandsnorm stelde zonder individueel onderzoek.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college gehouden is tot zorgvuldig onderzoek naar de beslagvrije voet in het individuele geval. Het college heeft nagelaten appellant vooraf duidelijk te maken welke gegevens nodig zijn voor een juiste vaststelling.
De Raad vernietigt daarom de verrekening en stelt deze vast op een lager bedrag van € 51,82 per maand vanaf 1 juni 2016. Tevens wijst de Raad het verzoek om vergoeding van wettelijke rente toe en veroordeelt het college in de proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid en transparantie bij verrekening van schulden met bijstand, waarbij de beslagvrije voet correct moet worden toegepast conform wettelijke voorschriften.
Uitkomst: De verrekening wordt vastgesteld op € 51,82 per maand met toekenning van wettelijke rente en vergoeding van proceskosten.