ECLI:NL:CRVB:2019:2234
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening over hoogte WW-dagloon wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het UWV over de hoogte van zijn WW-dagloon. Het geschil betreft de vaststelling van het dagloon waaruit zijn WW-uitkering wordt berekend. De voorzieningenrechter verwijst naar eerdere procedures en oordeelt dat verzoeker niet in een acute financiële noodsituatie verkeert die onmiddellijke bijstand vereist.
Hoewel verzoeker financiële moeilijkheden en schulden heeft aangevoerd, ontvangt hij sinds januari 2019 een voorschot op grond van de Ziektewet ter hoogte van de bijstandsnorm. Dit vermindert het spoedeisend belang. Ook medische omstandigheden, zoals een uitgestelde knieoperatie, zijn niet voldoende urgent om een voorlopige voorziening te rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter benadrukt dat het verzoek om voorlopige voorziening niet bedoeld is om de behandeling van de hoofdzaak te bespoedigen zonder dat sprake is van spoedeisend belang. Gezien de feiten en de vaste rechtspraak wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.